zondag 26 maart 2017

Regenwormen en mierenbroodjes

Of: hè, hoe komt die bloem daar nou?
Elke tuinder zal het wel kennen: opeens verschijnt ergens een plant die je daar niet hebt neergezet, maar die het daar prima naar zijn zin heeft. Soms wil je dat niet per se, maar soms is het een gouden greep. Zo kreeg ik in mijn eigen tuin anemonen cadeau. Nooit gepland, opeens waren er twee en ze doen het geweldig.
Ooit hoorde ik op Vroege vogels hoe dat komt: regenwormen werken zich door de aarde, eten aarde, met alles wat erin zit, kruipen door en poepen de boel verderop weer uit, met zaadjes en al.
Maar nu kwam ik her en der verdwaalde bloembolletjes tegen, zoals deze op een snipperpad in de moestuin:

Wij hebben het daar echt niet gepoot. En zou een regenworm zich niet verslikken in een hele bol? In het tijdschrift Tuinseizoen stond een mogelijke verklaring: sommige bollen (maar ook andere planten) hebben zogenaamde mierenbroodjes aan hun zaden hangen: kleine zoete aanhangsels, die mieren meeslepen naar hun nest om er hun larven mee te voeden. Het mierenbroodje wordt opgepeuzeld, en het zaad wordt door de ouders weer naar buiten gewerkt. En ziedaar!
Zo, nu snel naar de tuin om dit bolletje veilig in een bed te zetten, voor we erop gaan staan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen